Anticonceptie na de bevalling

Waarschijnlijk is het niet het eerste waar je aan denkt na je bevalling.
Maar zeker wel een belangrijk iets om bij stil te staan. Je kan namelijk al snel weer vruchtbaar zijn, dus wanneer moet je dan beginnen? Welke opties zijn er?
Wij beschrijven enkele onderwerpen en hopen jullie zo op weg te kunnen helpen, en hopelijk kunnen jullie een keuze maken.

Wanneer weer beginnen met anticonceptie?

Het is in ieder geval verstandig om op tijd over anticonceptie na te denken. Het liefst al tijdens je zwangerschap. Dan kun je na de bevalling al je aandacht geven aan je kindje. Het is moeilijk te zeggen wanneer je weer vruchtbaar bent. Dat verschilt namelijk per vrouw, maar dit kan enkele weken na de bevalling alweer het geval zijn.

Als je borstvoeding geeft, duurt het vaak wat langer voor je weer vruchtbaar bent, maar dat hoeft niet zo te zijn. Afhankelijk van de anticonceptiemethode en of je borstvoeding geeft, kun je na enkele weken weer beginnen met anticonceptie. Je verloskundige adviseert je hier ook over tijdens de nacontroles.

Zodra je weer seks hebt en niet gelijk weer zwanger wilt worden, is het daarom verstandig altijd een vorm van anticonceptie te gebruiken.

Waarom weer anticonceptie?

Verloskundigen en artsen raden aan minimaal 6 weken te wachten met vrijen na de bevalling. Het hangt natuurlijk van je situatie af of je überhaupt weer zin hebt in seks. Dit wisselt per vrouw: de één heeft al vrij snel weer zin, de ander pas na 3 maanden of langer. Allemaal normaal, maar zodra je weer seks hebt zonder anticonceptie, bestaat de kans dat je direct weer zwanger wordt. Het kan natuurlijk dat je zo genoten hebt van je zwangerschap dat je gelijk door wilt, maar voor de meeste vrouwen geldt dit niet. Zij willen rustig herstellen en wennen aan de nieuwe situatie met een baby’tje in huis. Bovendien is het even druk zat met de kleine! Snel een nieuwe zwangerschap is dan een pittige extra belasting.

Borstvoeding en zwanger worden

Veel mensen denken dat je niet zwanger kan worden als je borstvoeding geeft, dit is echter niet waar. De kans is een stuk kleiner, omdat je minder hormonen aanmaakt, maar je kan wel degelijk zwanger worden. Wanneer je geen enkele vorm van anticonceptie gebruikt en volledig borstvoeding geeft, is de kans op een nieuwe zwangerschap ongeveer 2 procent. Zodra je gaat minderen met borstvoeding, kolven of fles- of bijvoeding geven, dan wordt deze kans groter. Je kunt de gok natuurlijk nemen, maar als je straks weer een dikke buik hebt terwijl je kindje nog geen half jaar oud is, heb je daar mogelijk spijt van.

Welke vorm van anticonceptie kies ik?

Er is genoeg keus op de markt. Voor je teruggrijpt naar je oude vertrouwde anticonceptiemethode is het slim jezelf een paar vragen te stellen. Geef je borstvoeding? Hoe snel wil je een volgend kindje? Of vinden jullie je gezinnetje nu wel compleet? Wellicht kom je er dan achter dat een andere methode voor jou nu veel geschikter is.

Anticonceptie bij borstvoeding geven

Als je borstvoeding geeft, is niet elke methode geschikt. Er zijn namelijk anticonceptievormen die de kwaliteit en hoeveelheid van je borstvoeding kunnen beïnvloeden. Veel anticonceptiemethoden bevatten de hormonen progestageen en oestrogeen. Als je borstvoeding geeft kun je het beste een methode zonder oestrogenen gebruiken.

Geschikt zijn: de minipil, het anticonceptiestaafje, een spiraaltje en de prikpil. Daarnaast kan je natuurlijk ook een condoom of pessarium gebruiken of zelfs voor sterilisatie gaan. Wil je toch een combinatiepil, anticonceptiepleister of anticonceptiering, houd er dan rekening mee dat de borstvoeding kan teruglopen en dat je moet blijven voeden op verzoek.

Vormen van anticonceptie

Nu je situatie is veranderd, verandert je anticonceptiemethode dus misschien wel met je mee. Er zijn diverse methoden. HIer onder staat een lijstje en bepaal doormiddel hier van welke vorm mogelijk het beste bij je past.

Minipil

De minipil bevat geen oestrogeen, alleen progestageen en is daarom erg geschikt als je borstvoeding geeft. Het is belangrijk om te weten dat je geen stopweek hebt. Je slikt hem door. Dit betekent dat je geen invloed kunt uitoefenen op de timing van je menstruatie. Bij sommige vrouwen verdwijnt deze zelfs. Je kunt starten met deze pil tussen de 21e en 28e dag na de bevalling. Na stoppen met deze pil ben je vaak snel weer vruchtbaar.

Combinatiepil

Deze pil bevat zowel oestrogeen als progestageen. Er zijn varianten met synthetische of lichaamseigen hormonen en met een strip van 21 of 28 pillen (dus met of zonder stopweek). Ook met deze pil kun je starten tussen de 21e en 28e dag na de bevalling (bij borstvoeding na 6 weken) en na stoppen kun je snel weer vruchtbaar zijn.

Prikpil

Bij de prikpil krijg je één keer in de 12 weken een injectie met progestageen, die je 12 weken lang beschermt tegen zwangerschap. Er zijn twee soorten: Depo-provera en Sayana (injectie onder de huid). Als je borstvoeding geeft, wordt aangeraden niet eerder dan 6 weken na de bevalling te beginnen. Bij flesvoeding kun je met Sayana starten binnen 5 dagen en met Depo-provera binnen 18 dagen na de bevalling. Als je stopt met deze vorm kan het lang duren voor je weer vruchtbaar bent.

Anticonceptiepleister

Deze pleister bevat zowel oestrogeen als progestageen en is een wekelijkse anticonceptiemethode. Elke week plak je een pleister die oestrogeen en progestageen afgeeft aan je bloedbaan. Na drie weken volgt een week zonder pleister, je stopweek. Met deze methode kun je, net als de combinatiepil, je menstruatie (de stopweek) uitstellen of overslaan. Je kunt hiermee beginnen vanaf 4 weken na de bevalling (bij borstvoeding na 6 weken, hoewel deze methode dus niet de voorkeur heeft bij borstvoeding).

Anticonceptiering

De anticonceptiering geeft zowel oestrogeen als progestageen af. Het is een flexibele ring, die je zelf inbrengt in de vagina. Gedurende drie weken geeft deze progestageen en oestrogeen af. Dan volgt een stopweek en daarna breng je weer een nieuwe in. Hiermee kun je je menstruatie dus ook beïnvloeden. Tussen de 21e en 28e dag na de bevalling kun je met deze methode beginnen (bij borstvoeding na 6 weken, hoewel deze methode dus niet de voorkeur heeft bij borstvoeding).

Anticonceptiestaafje

Wil je (voorlopig) geen kinderen meer, dan is dit een goede optie. Het hormoon afgevende staafje wordt door de arts onderhuids in je bovenarm ingebracht en blijft drie jaar zitten. Bij deze methode heb je geen stopweek en je menstruatie kan veranderen of zelfs uitblijven. Starten kan vanaf de 4e week na de bevalling als je borstvoeding geeft en tussen de 21e en 28e dag als je dat niet doet. Na verwijdering kun je binnen een week weer vruchtbaar zijn.

Hormoonspiraal

Het hormoonspiraaltje is een T-vormig voorwerp dat door een arts in je baarmoeder wordt ingebracht en daar een lage dosering hormoon afgeeft. Het geeft vijf jaar bescherming tegen zwangerschap, dus je hoeft er voorlopig niet meer aan te denken. Je hebt geen stopweek en ook hierbij kan de menstruatie veranderen of wegblijven. Na verwijdering kun je weer snel vruchtbaar zijn.

Koperspiraal

Deze spiraal bevat geen hormonen, maar werkt doordat het koper de zaadcellen van je partner inactief maakt. Hij kan 5 jaar blijven zitten en je behoudt je eigen menstruatiepatroon bij deze variant. Het is niet mogelijk deze te beïnvloeden. Beide spiraaltjes mogen niet eerder dan 6 weken na de bevalling worden ingebracht, omdat de baarmoeder eerst weer moet slinken en herstellen. Anders bestaat het risico op doorboren van de baarmoederwand.

Definitieve anticonceptie: sterilisatie

Zijn jullie er absoluut zeker van dat jullie gezinnetje compleet is en wil je niet meer hoeven nadenken over anticonceptie, dan kun je kiezen voor sterilisatie. Hierbij worden de zaadleiders van de man of de eileiders van de vrouw via een operatie afgesloten. Bedenk wel dat dit (in veel gevallen) een onomkeerbare methode is, dus denk er samen goed over na. Praktisch kan dit direct na de bevalling, maar wordt aangeraden dit eerst met je (huis)arts te bespreken. Weet je het tijdens je zwangerschap al en heb je dit al besproken? Dan kan het direct na de bevalling.

Barrièremethode: condooms en pessarium

Het condoom, het vrouwencondoom en het pessarium (een kapje dat je zelf inbrengt en om de baarmoedermond plaatst) zijn methoden die een barrière vormen. Het pessarium kan pas 6 tot 8 weken na de bevalling worden ingebracht. Voor die tijd is je vagina nog te veel uitgerekt. Condooms kunnen direct al en kunnen dus ook een goede overbruggingsmethode vormen voor als je er nog niet uit bent wat je wilt. Overigens zijn condooms de enige methode die tegen SOA’s beschermen.

© 2020 Hoera Wij Zijn Zwanger - Algemene voorwaarden - Cookiebeleid - Privacyverklaring